U opent dit venster via Bestand > Opties > Handtekeningen. De volgende groepen worden weergegeven: Maken en weergave, Controle, Identiteiten en Document van tijdstempel voorzien. Klik in elk van deze groepen op Meer voor toegang tot nog meer instellingen.
Geef bij Maken de gewenste methode en indeling op voor ondertekende en gecodeerde documenten. Kies de gegevenscategorieën die u wilt opnemen. Gebruik Weergave om handtekeningen te maken of verwijderen of om de weergave ervan te wijzigen.
Geef bij Controleren een standaardmethode op voor controle en kies de gewenste methode voor het controleren van handtekeningen; deze standaardmethode of de methode die wordt opgegeven in het document. Als u de tweede optie selecteert en er geen methode is opgegeven in het document, kunt u kiezen of u de standaardmethode wilt toepassen of de methode tijdens de bewerking wilt opgeven. Kies de tijd die u wilt gebruiken voor controle: huidige tijd, tijd van de handtekening, de tijd die is ingesloten in de handtekening (de tijdstempel). Op het tabblad Windows-integratie geeft u op of u betrouwbare identiteiten uit het Windows-certificaatarchief wilt accepteren bij de controle van handtekeningen en gecertificeerde documenten. Schakel deze opties niet in als u dit per geval wilt bepalen.
Bekijk en beheer bij Identiteiten een lijst met beschikbare digitale-ID-bestanden.
Bekijk en beheer bij Document van tijdstempel voorzien een lijst met tijdstempelservers.