Pagina's draaien

Gebruik de functie Pagina's draaien om een onjuiste afdrukstand te herstellen. Pagina's draaien:

  1. Selecteer in de werkbalk Pagina's de optie Pagina's draaien (pictogram Pagina’s draaien).

    Het dialoogvenster Pagina's draaien verschijnt.

  2. Selecteer de draaihoek in de lijst Draaihoek.
  3. Geef in het onderdeel Paginabereik de pagina's op die gedraaid moeten worden, door een van de volgende handelingen uit te voeren:
    1. Selecteer Alle pagina's om elke pagina in het actieve document te draaien.
    2. Selecteer Pagina's opgeven en geef vervolgens de paginanummers op, gescheiden door een komma, of geef een pagina-interval aan met behulp van een streepje. Bijvoorbeeld:
      1,2,6-11
  4. Selecteer OK.